Nico Louters serie : De "Deserteurs"

Een deserteur is iemand die zijn groep in de steek laat. Op het slagveld bijzonder vervelend als je probeert stand te houden. Beroemd zijn de decimeringen uit 1917 toen iedere 10e Franse soldaat geëxecuteerd werd, omdat ze niet meer wilden vechten in slachtingen als bij de Somme.

Nu, honderd jaar later wil ik de term voor lichtere gevallen gebruiken, namelijk leden die in de loop van de jaren de club hebben verlaten. Een proces dat soms geleidelijk verloopt, zoals bij Tobias en Hing Ting, die eerst extern de club in de steek lieten, en toen ook intern. Soms abrupter, opeens is een speler er niet meer. Er zijn ook nog tussencategorieën, de zogenaamde spijtoptanten. Beroemdste voorbeeld is John Spinhoven, die minimaal drie maal de club heeft verlaten, maar zoals we weten ook dit jaar weer op zijn schreden is teruggekeerd.

Bij deserteurs vragen wij ons altijd af, waarom ze de club hebben verlaten. Lag het aan ons, lag het aan andere zaken. Meestal het laatste, soms het eerste. Dat zie je bijvoorbeeld bij junioren die plotsklaps vertrekken naar meer studentikoze en Amsterdamse clubs.

Hieronder bespreek ik een aantal ex-leden aan de hand van wat er zoal over hen gevonden kan worden op het web.

Rogier Zelle (april 2018)

Rogier Zelle

Rogier Zelle Rogier werd lid van de club ergens in zijn studententijd. Hij was een goede onderbondspeler, we speelden vaak in hetzelfde team. Zijn rating schommelde meestal ergens bovenin de 1900. Ergens begin jaren negentig lijkt hij te zijn gestopt. Ik vind dan geen ratinggegevens meer van hem. Wat ik me vooral van Rogier herinner is dat hij altijd goedlachs was, vriendelijk en geïnteresseerd.

Rogier studeerde economie, destijds een veel gekozen studie. Na zijn studietijd is hij kort werkzaam geweest als redacteur van de ESB (Economisch Statistische Berichten), een belangrijk vaktijdschrift. Daarna kwam hij bij de commerciële jongens van BEA en KPMG. Uiteindelijk is hij geland bij de Algemene Rekenkamer, waar hij inmiddels al twintig jaar werkt. Opvallend dat de meeste economen van Zukertort in de openbare sector belanden (Jurriaan Eggelte bij de Nederlandse Bank, Martin Bottema bij het Centraal Planbureau).

Ik zie ook overeenkomsten met andere deserteurs (Jurriaan is overigens geen deserteur). Zo tref ik een 10 km tijd van hem aan op internet, net als bij Arthur de Hart. Maar de grootste overeenkomst is misschien wel met Dariu Gavrila. Dariu besprak ik al eerder al, vooral zijn deskundigheid op het gebied van zelfstandig rijdende auto's. Na het recente ongeluk met een google-auto werd hij onmiddellijk op de radio geïnterviewd. Rogier houdt zich ook sterk bezig met mobiliteitsvraagstukken. In zijn werk voor de rekenkamer hield hij zich o.a. bezig met de Betuweroute, die recentelijk overigens weer in opspraak is gekomen. Maar hij is ook een jaar of 10 vicevoorzitter geweest van de reizigersvereniging ROVER.

Om die taak beter te onderzoeken moeten we een stapje terug in de tijd zetten. In 2002 wordt een ingezonden brief van Rogier gepubliceerd in de Groene Amsterdammer, getiteld "Gelijkheid".

Pieter van Os koppelt (in 'De verkwanseling van het gelijkheidsideaal' in De Groene van 6 juli) twee zaken aan elkaar op een manier die ik moeilijk kan volgen. De teloorgang van de verlichtingsidealen (een analyse waar ik het grotendeels mee eens ben, en een ontwikkeling die ik evenzeer betreur als Van Os) wijt hij aan het neoconservatieve offensief tegen het politiek correcte denken. Dat wil zeggen het politiek correcte denken dat dateert van pak 'm beet dertig jaar terug, dat volgens de criticasters een overdreven nadruk legt op nivellering en op datgene wat ons mensen bindt.

Van Os lijkt die aanval te betreuren. Ik kan me er echter prima in vinden. Ik wil daaraan toevoegen dat ik elke aanval op elk politiek correct denken toejuich. Ik zie namelijk niet in hoe vrijheid en gelijkheid op de lange duur gediend kunnen zijn met welke beknotting van denken en praten dan ook. En geen enkel oprecht begaan mens zou dat moeten willen. Het zijn altijd de comfortabelen die het op een gegeven moment wel best vinden en willen stoppen met luisteren en nadenken. Dat geldt nu, dat gold dertig jaar geleden.

Ik krijg de indruk dat Van Os politiek correct denken verwart met politiek (en niet noodzakelijkerwijs correct) handelen. Als met redelijke zekerheid vaststaat dat een goed bedoelde subsidie niet werkt, dan moet dat gezegd kunnen worden. Dan nog heeft de politiek het recht om die subsidie, om welke reden ook, te handhaven. Daarbij geldt: hoe opener de samenleving, hoe vinniger het debat over die subsidie zal zijn; en des te overtuigender moet het verhaal zijn van de politicus die toch vóór is.

Historici reageren verheugd op dit artikel. Het is doorwasemd met de geest van de Franse Revolutie. Je waant je terug op de kaatsbaan, 20 juli 1789. In het midden staat Rogier, die zich met leden van de derde stand en enkele sympathiserende priesters heeft losgemaakt van de na 175 jaar bijeengeroepen Staten-Generaal. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap zijn de basisgedachtes, die ruim 200 jaar na deze gebeurtenis nog op ieder Frans gemeentehuis zichtbaar zijn.

Vrijheid, Gelijkeid en Broederschap

Onwillekeurig vraag ik me af of er nog meer grootse historische verbanden zijn te leggen, namelijk met Margaretha Zelle. Zij was een verre verwant van Rogier. Ook zij lijkt te zijn opgekomen voor vrijheid, gelijk en broederschap, waarbij broederschap wellicht een iets andere betekenis kreeg. Wie hier de weg kwijt is, zij staat beter bekend onder de naam Mata Hari.

Confessionelen valt de zin over de subsidies op, de basis van de pacificatie van 1917, waarin bijzonder en openbaar onderwijs aan elkaar gelijk worden gesteld, de facto ervoor zorgend dat bijzonder onderwijs meer middelen tot zijn beschikking heeft. Bekritiseerd, maar zorgend voor politieke rust en bestuurbaarheid van Nederland gedurende de 20e eeuw.

Schakers valt de zin op "Het zijn altijd de comfortabelen die het op een gegeven moment wel best vinden en willen stoppen met luisteren en nadenken." Het is een zin van een speler die tot het gaatje gaat om de stellingsproblematiek te doorgronden. Die wil weten hoe hij het beste kan voortzetten. Overigens een stelling die door sommige sterke schakers wordt ontkracht. Max Euwe had als stelling dat als je een goede voortzetting had je niet meer eindeloos door moest zoeken naar de beste voortzetting. Kotov demonstreert in zijn briljante Think like a grandmaster dat je alle vertakkingen neer moet zetten, alles 1 maal moet doorrekenen, en dan moet vertrouwen op je oordeel. Hij levert als het ware een geheel ander dogma.

Hoe je het stuk ook interpreteert, het laat in ieder geval zien dat Rogier een betrokken burger van de samenleving is geworden. Je hoeft je niet echt af te vragen of Rogier dit uit zijn functie voor de Rekenkamer schrijft of op eigen titel. Hij werkt voor de overheid, maar voert zijn taak van onafhankelijk onderzoeker met verve uit. Waar tegenwoordig veel kritiek valt te beluisteren op de onafhankelijkheid van onderzoeken in opdracht van de overheid, lezen we over Rogier dat hij al in 2004 ernstige kritiek uit op de onderbouwing van de haalbaarheid van de Betuwelijn.

Ook bij de besluitvorming over de aanleg van de Betuwelijn werd 'kiekeboe' gespeeld in de informatieverstrekking. Ministers overdreven de baten en hielden de kosten voor milieuvoorzieningen achter voor de Tweede Kamer, aldus Frederick Muller (onderzoeker aan de Erasmus Universiteit). Volgens Muller, die zich gesteund voelde door het Centraal Planbureau (CPB), gaf een studie van het consultancybureau Knight Wendling een te positief beeld van de aanleg van de Betuwelijn. Mullers waarschuwingen vonden echter ook in de Tweede Kamer in 1994 en 1998 weinig gehoor. Toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Hanja Maij-Weggen baseerde haar beslissing de Betuwelijn aan te leggen in 1993 op het rapport van Knight Wendling. Uit een veel kritischer en genuanceerder rapport van McKinsey nam ze alleen de gunstige scenario's over. Carel Paauwe benadrukte de grote onzekerheid van de McKinsey-cijfers over de Betuwelijn. Ook uit de getuigenissen van Rogier Zelle (onderzoeker Algemene Rekenkamer), Bram Westerduin (voormalig directeur-generaal Goederenvervoer op het ministerie van Verkeer en Waterstaat) en Taco van Hoek (onderdirecteur CPB) rees een beeld van mager onderbouwde besluitvorming zonder aandacht voor alternatieven.
(bron: Parlement.com : Ministerie negeerde kritische adviezen)

Hoe het ook is, duidelijk is dat we Rogier moeten zien als een voorvechter van het onafhankelijke woord. Herinner ik me dat ook van de analyses van onze gezamenlijke partijen? Ik weet het niet meer, maar het zou me niets verbazen. Rogier, je komt misschien niet meer schaken, maar laat je kritische geluid eeuwig bloeien!

Arthur de Hart (februari 2018)

Arthur de Hart

Arthur de Hart

Begin dit jaar bracht Eric Roosendaal de groeten over van Arthur de Hart, die hij ontmoette bij Tata. Arthur is een tikkeltje ouder dan ik, tussen 1980 en 1985 hebben we aan dezelfde universiteit gestudeerd. Ik vermoed derhalve dat hij twee jaar voor mij is afgestudeerd. Als ik naar zijn foto kijk, dan zie ik een goed geconserveerde vijftiger. Arthur was een betrokken clublid, was o.a. enkele jaren bestuurslid en teamleider. Midden jaren negentig vertrok hij plotsklaps, hij ging bij de Hoogovens werken, zo vertelde hij mij, en daar meer in de buurt wonen. Dat is zo gebleven, hij werkt daar nog steeds. Na een paar jaar is hij weer gaan schaken. Tegen 2000 is hij gaan spelen bij de Kennemer Combinatie, waar wel meer oud-leden spelen of hebben gespeeld (Richard Duijn, Benjamin Go). Dat heeft hij tot 2015 gedaan, op een redelijk hoog onderbondniveau. Zijn rating is door de jaren heen blijven schommmelen rond de 1850.

Wat op de foto opvalt aan Arthur zijn de vriendelijke lach, zachtaardiger dan de volle lach van PeeWee, maar wel altijd aanwezig. Maar je ziet ook onmiddellijk dat Arthur fit is. Als je doorzoekt zie je dat Arthur begonnen is aan een prachtige missie. Hij loopt hard, en doet dat niet onverdienstelijk.

Na een aantal jaren halve marathons te hebben gelopen, loopt hij in 2013 de marathon van Rotterdam in 4 uur en 20 minuten, 9,72 km per uur. Daar neemt hij geen genoegen mee, in het najaar van 2013 loopt hij de marathon van Amsterdam zelfs in 4 uur en 4 minuten. Hij zet daarna door en loopt in 2014 in Barcelona en Berlijn, in 2015 in Parijs en Istanbul, in 2016 in Amsterdam en Rome, en in 2017 in het wereldse Winterswijk

Arthur de Hart

We zien Arthur hier in actie tijdens de marathon van Amsterdam. Ik zie een man met een missie. Ik zie iemand die getraind is. Ik zie iemand die kan afzien. Zijn doel voor hardlopen is "geestelijke ontspanning" (bron: profiel van Arthur op looptijden.nl). En opeens zie ik de schaker Arthur aan het werk. Iemand die weet wat het is om 4 uur lang geconcentreerd te blijven, de krachten te verdelen, goed op de voeding en het vocht te letten. Wat voerde Genna Sosonko ooit als bondstrainer in? Loopoefeningen! Wat deed Loek van Wely om sterker te worden? Looptrainingen!

Is dat ook geïnstitutionaliseerd? Tot mijn verrassing en lichte verbazing is het antwoord positief. Van 2010 tot 2017 werd de Chessrun georganiseerd, in een samenwerkingsverband van de Delftse atletiekvereniging en DSC. Voor alle duidelijkheid, dit is een iets andere formule dan het kroegloperstoernooi.

ChessRun

Het lijkt me een prachtig gezicht.

Sportief schaak

Is er ook een direct verband tussen hardlopen en schaken, ervan uitgaand dat je regelmatig hardloopt (en schaakt)? Ik vind daar wel wat aanwijzingen voor.

  1. Je blijft langer leven en langer fit. Oftewel, je kan langer blijven doorgaan met schaken.
  2. Het verbetert je denkvermogen. Door hardlopen schijnt de vorming van nieuwe hersencellen te worden verhoogd, wat weer een positief effect zou hebben op je denkvermogen en het behoud van je lange-termijngeheugen. Als voorbeeld wijs ik hier op de rating van Arthur de Hart, die al die jaren stabiel rond de 1850 heeft gecirkeld.
  3. Je hebt minder last van stress, door de aanmaak van endorfine. Hierdoor zal je een betere focus hebben tijdens de partij.
  4. Het verbetert je stemming. Als gevolg hiervan heb je een positievere kijk op het leven. Risico hiervan kan uiteraard zijn dat je misschien soms te overmoedig raakt in een partij. Maar anderzijds helpt dit je om andere mogelijkheden te zien, makkelijker om te gaan met tegenslagen in een partij.
  5. Het verbetert je zelfbeeld. En dat helpt je dus in je zelfvertrouwen, waardoor je met meer kracht speelt in je partijen.

Kortom, Arthur helpt ons op weg naar een fitte kijk op het leven en het schaken. En het is ook nodig. Wie voelt zich niet gesloopt tijdens een toernooi in de laatste uren of de laatste rondes? Tijdens de laatste olympiade in Noorwegen stierven op 1 dag maar liefst twee deelnemers binnen enkele uren. Stephen Moss schreef er een indringend en overzichtelijk artikel over in The Guardian, onder de titel "Why chess is an extreme sport", waaruit ik je enkele fragmenten niet wil onthouden.

At the Olympiad, participants were playing a game a day over a fortnight - 11 rounds with just a couple of rest days on which to recuperate. For up to seven hours a day, they would be sitting at the board trying to kill - metaphorically speaking - their opponent, because this is the ultimate game of kill or be killed. In some positions, you can reach a point where both sides are simultaneously within a single move of checkmating the other. One false step and you will have lost. This imposes enormous pressure on players.

Outside the elite - among professional players who are struggling to make a living, or among the hordes of us middle-aged blokes trying to get to grips with this stressful, frustrating, exhausting game - there is far less attention paid to health. Chess clubs often meet in pubs and many players like a pint; the number of huge stomachs on show at any chess tournament is staggering. The game - and I realise this is a wild generalisation, but one based on more than a grain of truth - tends to attract dysfunctional men with peculiar home lives. You can bet their diet will not be balanced; many will be living on bacon and eggs and beer. This is not a recipe for a long, healthy life.

Zukertort

Zonder nu direct met mijn vinger te willen wijzen herken ik in deze beschrijving toch wel enigszins diverse leden van onze vereniging. Misschien doen ze er goed aan de rest van het artikel te lezen, maar vooral het wijze voorbeeld van Arthur te volgen.

Verderop in zijn artikel vergelijkt Moss een trimmende Aronian met de Sovjet grootmeesters van na de oorlog, die soms al op jongere leeftijd het loodje legden of zelfs dood op hun bord neerzegen, zoals Bagirov. Ik moet zelf denken aan onze naamgever, Zukertort, die het ook niet al te lang op aarde volhield, mede door zijn intense schaakactiviteiten.

Johannes Zukertort stierf op 46-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte, tijdens deelname aan een schaaktoernooi. Oorzaken van een beroerte kunnen alcohol- of cocainegebruik zijn. Beide waren in de 19e eeuw niet ongewoon. Zeker voor een arts. Van Zukertort wordt beweerd dat hij een regelmatig gebruiker was van laudanum, dat voor 10% uit opiaten bestond. Hij had last van zijn zenuwen. En vermoedelijk heeft hij weinig aan hardlopen gedaan, zelfs niet in de tijd dat hij in het Pruisische leger heeft gediend.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Sommige schakers maakten misbruik van hun lichamelijke zwakte. Over Eduard Spanjaard gaat de volgende anekdote: Mr. Ed. Spanjaard, advocaat te Utrecht, had in zijn goede tijd de volgende gewoonte. Aan het begin van de partij sprak hij tot zijn tegenstander: "Als je straks een sirene hoort brullen, moet je niet schrikken; dat is dan de ambulance, die mij komt halen. Ik ben namelijk doodziek, de dokter heeft me eigenlijk verboden te spelen en ik kan ieder moment voor het bord neerstorten." Vervolgens begon hij te schaken, als een duivel, en behaalde listig menig puntje, vooral tegen Donner.

Je krijgt bijna het gevoel dat schaken ongezond is en je maar beter ermee kan stoppen. Maar dat is niet mijn boodschap. Een gezonde geest en een gezond lichaam versterken elkaar. Ga schaken, maar ga ook bewegen. Dan doen we volgend jaar met de hele club mee met de Chessrun. En nodigen we Arthur de Hart uit, als onze voorloper en inspirator.

Gabriel Molinari (januari 2018)

Gabriel Molinari

Gabriel Molinari

Gabriel heeft voor mij vooral betekenis om twee redenen. Zijn achternaam is erg Italiaans, en dan heb je een streepje voor bij mij. Daarnaast is hij een van de opleidingsspelers van het vierde geweest. De meeste mensen kennen het vierde als het 40+ team, waarbij overigens 50+ zo langzamerhand meer op zijn plaats is. Een team van spelers die niet per sr meer in de KNSB willen spelen. Maar door de jaren heen is het ook een team geweest waarin doorbrekende jeugd werd klaargestoomd voor spelen in de KNSB-competitie. We brachten de spelers dan vooral de kneepjes bij van het teamspel, het spelen op een resultaat. Niet dat we dat altijd goed deden, zo vaak zijn we niet gepromoveerd. Maar we brachten wel het proces bij. Een aantal spelers die via ons doorbraken zijn mensen als Lody Kuling, Bram ter Schegget, Rieke van Run, Mariska de Mie, maar dus ook Gabriel.

Gabriel brak vrij snel door naar de KNSB en heeft het daar goed gedaan. Net als een aantal andere jonge spelers vertrok hij rond 2005 naar VAS. Zo rond 2009 verdwijnt hij uit de lijsten, maar ook daarvoor lijkt hij niet meer erg actief te zijn geweest. Zijn rating schommelde al die tijd zo rond de 2200.

Als je Gabriel googlet dan zie je dat er andere passies in zijn leven het hebben overgenomen, passies die hij soms ook heeft gecombineerd. Het gaat hier om wiskunde maar ook om toneelspel. Dat van die wiskunde zal de meesten niet verbazen. Onze grootste schaker ooit, Max Euwe was ook een niet onverdienstelijk wiskundige. In het Nederlands team heeft hij ook nog gezelschap gehad van Hans Bouwmeester, docent wiskunde aan het Amsterdams Lyceum. Emanuel Lasker was niet alleen jarenlang de beste schaker ter wereld, maar ook een vooraanstaand wiskundige. Zijn "Zur theorie der Moduln und Ideale", uit 1905 schijnt ook voor moderne mathematici geen eenvoudige kost te zijn. Michail Botwinnik was actief in de toegepaste wiskunde, maar zou zijn voetsporen uiteindelijk net als Euwe in de informatica vinden. In recente tijden kunnen we denken aan John Nunn, getuige zijn "The homonite types of H-spaces" uit 1979. Nunn was op zijn 15e al student aan de Oxford University. Ik hoorde een tijd terug iemand mompelen dat Nunn tegenwoordig in Nederland woont en af en toe weer wat schaakt.

Maar Gabriel is dus meer een Nunn dan een Euwe. Het is bij hem geen wiskunde en schaken geworden, maar wiskunde. Waarmee hij de stelling van Oscar Lemmers aantoont, die in 1999 in een wiskundig blad stelt dat het nooit wiskunde en schaken kan zijn, maar wiskunde of schaken. Beide disciplines bevinden zich op een te hoog niveau om er even goed in te kunnen excelleren.

Wat Gabriel met wiskunde doet is overigens niet alleen leuk, maar ook wel weer typerend. Hij is namelijk bezig met het ontwikkelen van manieren om jongeren te lol van wiskunde bij te brengen, zodat ze het beter begrijpen. Hij is dus wiskundeleraar geworden, net als bijvoorbeeld Max Euwe, Hans Bouwmeester of, dichter bij huis, Matthew Tan. Op de site van het Nederlands Mathematisch Instituut, gevestigd in Amstelveen, schrijft hij o.a. het volgende: Ik werk met veel plezier als docent wiskunde op een gymnasium in Amsterdam (Barlaeus). Ik geloof dat wiskunde op een aantrekkelijkere manier aangeleerd kan worden dan nu in het huidige schoolsysteem het geval is. Als leerlingen wiskunde leuker gaan vinden, dan zal hun motivatie en niveau stijgen.
Mooie en idealistische worden.

Ik noemde al eerder de tweede passie van Gabriel, theater. Er is een kleine website van Gabriel. Op de moederpagina staan spelende kinderen, de tekst 'improvisatietheater'. Maar als je doorbladert naar de wiskundige zaken zie je ook statische opdrachten. Het ziet eruit als een website in ontwikkeling, maar ik krijg het vermoeden dat hij hier ooit mee is begonnen, maar dat het nooit verder is gekomen.

Maar het wordt boeiend als je via de homepage naar het improvisatietheater gedeelte gaat.

Improviseren is vrij zijn, ontdekken, onderzoeken. De spanning van het onbekende, de verrassing van het moment. Improviseren is uit jezelf halen wat er eerst niet was, je grenzen verleggen, je gedrag herkennen, je emoties beheersen. Ieder mens kan het, want ieder mens kan spelen. En dat is het leukste wat improviseren is: Spelen!

Dat woord spelen is voor ons schakers de kern van de lol. Spelen en wiskunde heeft gevoelsmatig iets tegenstrijdigs, is wiskunde niet gebouwd op directe lijnen en verbanden, op logische principes? Schaken heeft dat in de kern ook wel, maar juist het creatieve brengt je als schaker tot een nog hoger niveau. Ik onderzoek de site verder, en dan lees ik prachtige zaken. Gabriel is wiskundedocent, theaterdocent en acteur. Zijn passie en specialisme is improvisatietheater. Hij is speler en docent van het multiculturele gezelschap Improbattle. In 2014 speelde hij op het internationale improvisatiefestival IMPRO Amsterdam. Zijn doel/droom is om een improvisatie-opleiding en -theater op te richten. Hij improviseert ruim 6 jaar en geeft een aantal jaar improvisatieles. Zowel in Nederland als in Amerika heeft hij opleidingen gevolgd. De improwijsheid uit Amerika (van iO Chicago met name) is nog weinig bekend in Nederland. Juist die kennis wil hij graag overdragen, omdat het een heel positieve benadering is waardoor spelers zich makkelijk durven te uiten en waarin alles mogelijk is.

Hoe meer ik lees over het improvisatietoneel, hoe meer ik de waarde ervan zie. Niet alleen voor het toneel an sich, of voor het leven, maar zelfs ook voor de ontwikkeling van ons schaken. Leren in het moment te reageren. Leren omgaan met tegenslagen, fouten maken mag. Leren je creativiteit de vrije loop te laten gaan. Leren om met emoties om te gaan. Leren samen te spelen. Als er weer een Zukertort College gaat komen dit schaakjaar, is dat misschien een mooi moment om Gabriel uit te nodigen en samen te leren improviseren.

Wie daar niet op kan wachten kan al van 20-27 januari terecht in het Compagnietheater, bij het IMPRO Amsterdam festival 2018.

Jeike Biewenga (januari 2018)

Jeike Biewenga

Jeike Biewenga kwam tegelijk met haar broer Ad Biewenga bij ons op de club in de jeugd. Jeike was onmiddellijk een aanwinst, niet alleen vanwege haar talent, maar ook vanwege haar aanstekelijke uiterst optimistische speelstijl. Ik heb haar een tijdje getraind en voorbereid op een NK, waarbij ik haar trainde op een iets behoudender speelstijl. En dat met mijn speelstijl! Dat leverde uiteindelijke een tweede plaats op.

Als je naar haar gaat zoeken valt vrij snel het jaar 1982 op. In dat jaar waren er drie nationale meisjeskampioenen bij het snelschaken, Heleen de Greef, Mariette Drewes en Jeike. Alle drie waren rond die tijd lid van onze vereniging. Dat waren nog eens tijden!

Ondanks de successen lijkt Jeike uiteindelijk toch de schaaksport te hebben verlaten, ergens rond haar 16e. Haar broer Ad is nog een tijdje doorgegaan, ik meen zelfs als bestuurslid, aardige jongen. Maar Jeike heeft vermoedelijk de stukken opgeborgen. In geen enkele meer recente ratinglijst is ze terug te vinden.

Jeike is na haar vwo biomedische wetenschappen gaan studeren en sindsdien daarin actief gebleven. Na haar studie heeft ze als wetenschapper een tijdje gewerkt bij de Universiteit van Utrecht en Rephartox. Sinds 2007 werkt ze voor The Janssen Pharmaceutical company in Antwerpen. Wat ze daar doet? Lees haar Linkedin-samenvatting:
Responsible for the co-development and execution of clinical pharmacology (pharmacokinetic [PK] and pharmacodynamic [PD]) activities related to the research, design, implementation, data analysis, interpretation, reporting, and publication of ClinPharm-sponsored and -supported studies for products in any phase of development. Additional responsibilities include the generation and review of clinical pharmacology documents related to regulatory submissions, preparing responses to Agency questions and preparing for and/or attending meetings with Regulatory Agencies.

het CHESS apparaat

Dat zal de gemiddelde schaker niet veel zeggen, maar het is toch wel opvallend dat er meer biologen op de club rondlopen, ik noem bijvoorbeeld onze voorzitter, Michiel Harmsen. Is er verband tussen biologie en schaken? Ik kan daar weinig over vinden. Opvallend is wel dat er een biologisch onderzoekapparaat is ontwikkeld aan de Cornell Universiteit in de VS, genaamd CHESS.

Dit apparaat wordt gebruikt de structuur en de functie van biomaterialen en levende systemen te leren begrijpen, door middel van x-ray stations. Het zou me niets verbazen als onze Jeike dit apparaat gebruikt voor haar onderzoeken. Biologie komt op mij over als een wetenschap die houdt van ordening, het nauwkeurig zoeken naar overeenkomsten en verschillen, zowel op grote schaal als zeer kleinschalig. Dat is beslist geen verkeerde benadering om een betere schaker te worden.

Als rechtgeaard wetenschapper is er ook een Jeike Biewenga enige tijd geleden gepromoveerd. Bij haar promotie hoorden enkele stellingen van buiten haar vakgebied. Als oud-dienstweigeraar deed het me deugd dat ze over dat thema een stelling had geponeerd:
'De procedure tot erkenning van gewetensbezwaren tegen het vervullen van de militaire dienst,' aldus dr. Biewenga, 'omvat onder meer het opstellen van een psychiatrisch rapport over de gewetensbezwaarde. Dit rapport is medisch geheim. Het is daarom ontoelaatbaar, dat het bij de tewerkstelling van de gewetensbezwaarde aan de toekomstige werkgever ter inzage wordt gegeven.'

bron: Jac. van Veen, Democratisering van het recht?

Goed zo Jeike, afblijven van die dienstweigeraars. Een fenomeen dat tegenwoordig in feite niet meer voorkomt. Weliswaar is de dienstplicht niet afgeschaft, maar jongeren worden tegenwoordig niet meer opgeroepen. Daarmee is de democratische mogelijkheid van het dienstweigeren afgeschaft, wat ik een slechte zaak vind. Overigens gingen werkgevers vroeger vreemd om met dienstweigeraars. Toen er een bijeenkomst was van de NAVO-top in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam, kwam de top erachter dat er meer dan tien dienstweigeraars in het gebouw aanwezig waren. Dat vonden ze superlink, niet beseffend dat dienstweigeraars juist vredelievend zijn. De dienstweigeraars werden in de kelder van het museum opgesloten, en dat vonden de weigeraars te gortig. Ze stichtten een klein brandje, waardoor het brandalarm afging en de NAVO-top moest worden ontruimd.

Ik dwaal af van Jeike. Als ik weer verder zoek ontdek ik andere boeiende facetten aan haar. Op 3 oktober jongstleden gaf ze een lezing aan de VU over een tocht met de Jan Mayen naar Spitsbergen. In het verslag lees ik o.a. Ondanks de storm is Jeike niet zeeziek geworden en mocht ze af en toe bij de kapitein in de stuurhut. Hier herken ik de onbesuisde Jeike van de vroegere partijen weer! De lezing bevat ook historische opmerkingen, waaraan haar broer Ad, historicus van de 17e eeuw, mogelijk heeft bijgedragen.

Jeike doet ook mee aan runs, bijvoorbeeld 10 km of zelfs halve marathons.

Het is interessant om te zien dat haar jeugd haar niet heeft losgelaten. Zo is ze bijvoorbeeld gelinkt met Tijn Bresser. Tijn was ook een redelijk talentvolle speler, die samen met Jeike in een team speelde, nota bene door mij getraind, dat ooit kampioen werd van Nederland tot 13 jaar. In datzelfde team speelden ook Michael Hie en Zal Dabhoiwala. Tijn woont tegenwoordig in België, Zal woont zelfs in New York en werkt daar voor de Banco do Brasil. Schaken doe je misschien niet voor altijd, maar je houdt er relaties voor het leven aan over.

Moosa Azadmanesh (december 2017)

Moosa Azadmanesh

Moosa was een reusachtig schaaktalent, die midden jaren negentig bij ons kwam spelen. Hij was afkomstig uit een club uit Amsterdam-West, of was het Tal? In ieder geval, de club waar hij voor speelde was op dat te moment te zwak voor zijn talenten en dus kwam hij bij ons spelen. Hij speelde op het hoogste niveau mee bij de nationale jeugd. Vanaf zijn 8e wordt hij jaren achtereen kampioen van Nederland in zijn leeftijdscategorie. Hij doet mee aan Europese kampioenschappen, werd zelfs ooit derde bij het EK tot 14 jaar. In 2001 trad hij toe tot het opzienbarende jeugdteam van Utrecht (II) dat uiteindelijk vice-kampioen van Nederland zou worden. Robert Ris maakte later ook deel uit van dat team. Maar kort daarna vertrekt hij. Het lijkt erop dat Moosa na 2001 niet meer echt actief is geweest. Erg jammer, want als je zijn uitslagen bekijkt uit dat jaar dan zie je dat hij moeiteloos meekon met de latere subtop van Nederland.

Het volgende fragment uit 2000 laat iets van zijn talent zien:

Moosa Azadmanesh - Willy Hendriks Moosa Azadmanesh - Willy Hendriks

Moosa Azadmanesh - Willy Hendriks, Dieren 2000.
9. ... Pc6? 10. e5! fxe5
Zwart had nog steeds geen idee wat hem boven het hoofd hing...
11. Pa4! (diagram 2)
Vangt ofwel de dame of wint een stuk na 11. ... Dd6 12. fxe5. Eerst fxe5 gevolgd door Pa4 zou ook gewerkt hebben.
(vertaald uit: W. Hendriks, Move first, think later, 2014, blz 145)

Wat is er gebeurd? Ik weet het niet. In een artikel over de Euwematches staat dat hij al in zijn jonge jaren stopte met schaken, maar nog wel af en toe opdook in de schaakwereld. Ik tref hem als stuurman aan bij een roeiwedstrijd voor Okeanos, in 2002. Maar dat is zo te zien niet echt een nieuwe liefde geworden. Op sociale media tref ik onder de kop Rubberboot ene MoosdeGoos aan. Zo te zien een feestbeest. Zet de bloemetjes buiten op Ibiza.

Prima natuurlijk, maar ik ben nog niet tevreden. Dan zet internet me op een ander spoor. Zo tref ik een Iraans restaurant Rozengeur aan, gevestigd in Buitenveldert. Afgebeeld zijn prachtige gerechten, maar ook het verhaal van Mehdi en Zahra Azadmanesh. En die naam Mehdi herinner ik me als de vader van Moosa.

Zahra en Mehdi Azadmanesh

Hun verhaal. Gevlucht voor het fundamentalistische regime van de ayatollah's uit Shiraz, Iran. Eind 1989 neergestreken in Nederland, Amstelveen om precies te zijn, om een nieuw leven te beginnen. Vrijwel direct de Nederlandse taal geleerd en met hard werken en veel doorzettingsvermogen allebei een succesvolle onderneming gestart. Zij een aantal kinderdagverblijven. Hij een bouwbedrijf. Nu, vele jaren later, is het tijd voor een nieuw avontuur. Een droom die uitkomt; Een Iraans restaurant met de invloeden van geboorteplaats Shiraz. Met behulp van twee zoons, beiden in Nederland opgegroeid, is Restaurant Rozengeur ontstaan.
Dit is het verhaal van Mehdi en Zahra Azadmanesh, de eigenaren van Restaurant Rozengeur.

Bron: website Restaurant Rozengeur.

Ik kijk naar Mehdi, ik kijk naar Zahra en zie onmiddellijk de gestalte van Moosa. Zou hij een van die twee zoons zijn? Is dat zijn verhaal?

Gerechten

Ik kijk naar de gerechten. Ik laat me graag verleiden door de gedachte dat de kunstwerken van Moosa zijn verplaatst van een vierkant naar een rond bord.

Moosa Azadmanesh Ik blader verder op de site. Er staat een jongeman afgebeeld, hij schenkt een glas wijn in.

De blik is ingetogen, dat is typerend voor Moosa. Moosa is van 1983, de afgebeelde man kan best 34 zijn. Het is misschien ook moosdegoos, de man van de feesten. Maar het geeft diepgang. Er zit liefde in zijn blik. Dit is iemand die zijn plek heeft gevonden.

Onwillekeurig moet ik denken aan een fragment dat ik laatst zag tijdens een culinair filmfestival. Het ging om een fragment uit een Iraanse film uit 2006, The fish fall in love. Een prachtige film, over een man die na 25 jaar terugkeert naar zijn geboortestad, en daar door een aantal vrouwen culinair wordt verwend. Het voedselgenot druipt er vanaf. Is de familie Azadmanesh met het restaurant ook wedergekeerd naar de geboortestad?

Ik word nieuwsgierig naar Shiraz, waar de familie ooit uit is gevlucht in de jaren tachtig. Het is de stad van de rozen, wat de naam van het restaurant verklaart. In de 12e eeuw huisde er een belangrijke dichter, Saadi. Dat is geen kleine jongen in de poëzie. In de ingang van het gebouw van de VN staat een fragment uit zijn werk vertaald.


Of one Essence is the human race,
Thusly has Creation put the Base;
One Limb impacted is sufficient,
For all Others to feel the Mace

De klassieke Perzische literatuur bereikte haar bloeitijd tussen de 11e en de 14e eeuw. Eén van de grootste dichters uit die periode is Saadi of Sa'di. Hij leefde ongeveer van 1200 tot 1290. Zijn volledige naam luidt: Sheik Muslih-uddin Sa'di Shirazi. Hij werd geboren in Shiraz in Perzië, en stierf daar ook. Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader. Hij ging studeren in Bagdad in Irak, heeft vervolgens - mede als gevolg van de onrust door de Mongoolse invasies in Perzië - vele jaren rondgereisd in het Midden-Oosten. Rond 1256 keerde hij naar zijn geboorteplaats terug. Vervolgens heeft hij zijn meesterwerken geschreven, puttend uit zijn rijke ervaringen. De bekendste daarvan zijn de Bustan (de boomgaard) uit 1257 en de Gulestan (de rozentuin) uit 1258. De eerste bestaat alleen uit verzen en gaat over de Moslim-deugden. De tweede is meer verhalend van aard en bevat anekdotes, grappen, aforismen en gedichten. In de Perzische poëzie kun je drie soorten onderscheiden, namelijk epische, lyrische en didaktische poëzie. De spirituele Bustan en de wereldlijke Gulestan vallen in de laatste categorie. De poëzie van Saadi lijkt simpel, maar is dat niet, noch qua inhoud noch qua stijl. Bovendien bevat ze een boeiende mengeling van vriendelijkheid en cynisme, van humor en van gelatenheid.

En dan zie ik het. Moosa is in zijn leven de herbeleving van Saadi en zijn dichtwerken. In zijn jeugd zwerft hij de (schaak)wereld rond. Zijn schaaksuccessen zijn de deugden van de Bustan. Maar eenmaal ouder vindt Moosa zijn innerlijke Gulestan en geniet hij van het leven.

Robert Neugarten (november 2017)

Robert Neugarten

Robert Neugarten is een lid uit de jaren zeventig. Robert trok veel op met Kees Jan van Dolder, die ik al eerder besprak, en later ook Michiel Bonn, die helaas zo jong overleed. Qua voorgeschiedenis leek Robert niet voorbestemd voor een schaakclub. Zijn vader was naar zijn zeggen ooit trainer van Ajax, maar dan wel in een grijs verleden, in de tijd dat nog in De Meer werd gespeeld. Op internet kom ik die naam niet tegen in een lijst van trainers van Ajax, maar misschien was hij trainer van de jeugd of een ander team.

Robert was voor mij de meest prettige tegenstander tegen wie ik ooit speelde. Ik was namelijk zijn angstgegner. Alhoewel we als spelers redelijk aan elkaar gewaagd waren, eindigden al onze partijen in een overwinning voor mij. Een bijzonder fenomeen, zo'n angstgegner.

Het bijzondere hieraan is dat bijna ieder lid van de club met een boekenkast vermoedelijk een of meer boeken van hem in huis heeft. Vooral als het boeken op muzikaal gebied betreft. Wie op bol.com op zoek gaat naar een muzikale (auto)biografie zal erachter komen dat onze Robert de toon zet. Alleen dit jaar al biografieën van George Michael, Bob Marley, en in een recent verleden boeken over Prince, Bruce Springsteen, Bowie, Lou Reed. Enigzins teleurgesteld stel ik vast dat de autobiografie van Keith Richards, het enige muzikale boek in mijn bezit, niet door onze Robert is vertaald.

Wie naar het schaakverleden van Robert onderzoek doet zal niet veel vinden. Voor 1993 is hij gestopt met actief schaak, zijn rating is niet meer online terug te vinden. Partijen of fragmenten zocht ik al even tevergeefs. Op de clubsite kan je met enige moeite terugvinden dat hij in 1981 de Van Elmptbeker heeft gewonnen. Is hij dan helemaal afgedreven van het schaken? Nee, gelukkig niet. Een paar jaar geleden vertaalde hij een prachtig stuk over macht, waarin tal van parallellen stonden met het schaken, van ene Moises Naim. Ik haal een klein stuk aan, maar er staat nog veel meer moois in, bijvoorbeeld over Carlsen en zijn succes, en over de groei van het aantal (jonge) grootmeesters sinds de jaren zeventig.

Schaken is een klassieke metafoor voor macht. Wat er met schaken is gebeurd, is de erosie en in sommige gevallen de complete verdwijning van barrières die de wereld van kampioenen klein, hecht en stabiel hield. De hindernissen die het begrip van tactieken en de ontwikkeling van meesterschap bemoeilijken, en alle andere obstakels die toegang tot de wereldtop belemmeren, zijn minder afschrikwekkend geworden. Wat er in het schaken is gebeurd, is ook gebeurd in de wereld als geheel. Het instorten van barrières transformeert lokale politiek en geopolitiek, de concurrentiestrijd om de gunst van klanten en gelovigen en de rivaliteit tussen non-gouvernementele organisaties, intellectuele instellingen, ideologieën en filosofische en wetenschappelijke stromingen. Overal waar macht een rol speelt, is die macht in verval.
(Uit: Moises Naim, Het einde van macht Hoe macht verschuift van directiekamers naar start-ups, van paleizen naar pleinen en van west naar oost. Amsterdam, 2015. Vertaling Robert Neugarten)

Bij het lezen krijg ik even hoop. Is dit een alter ego van onze Robert, die zo veel van schaken en de wereld weet? Afbeeldingen van Moises voeden die hoop nog iets verder, een gezellige wat rondbuikige man kijkt mij aan. Maar het blijkt een echte wetenschapper te zijn, die onderzoek doet naar vrede op Aarde. Toch brengt dat me bij een meer zichtbare Neugarten. Moises blijkt ook een TedX te hebben gegeven over het einde van de macht. Als ik dan besluit op YouTube naar Robert te zoeken vindt ik o.a. een filmpje waarin hij de muzikale film Velvet Goldmine bespreekt uit 1998, met maar ook zonder David Bowie, Neugarten on Bowie. Je vindt zo nog een paar van dit soort filmrecensies. Maar toch is dat niet het beeld dat me bijblijft van Robert.

Robert is geen winnaar meer van de Van Elmptbeker. Maar met een ongelooflijk arbeidsethos maakt hij voor ons aan de lopende band prachtige vertalingen van belangrijke muzikale (maar ook economische) literatuur. Schaakanalyses moeten zijn talent voor het ontwarren van teksten in andere talen hebben gescherpt. Schaakcreativiteit moet zijn talent voor het fraai weergeven in de Nederlandse taal hebben bevorderd. Robert, de stille kracht in je boekenkast, die zichzelf voorgoed heeft ontdaan van zijn angstgegner door verre te blijven van de 64 velden.

Peewee van Voorthuijsen (oktober 2017)

Peewee van Voorthuijsen

Peewee heet al heel lang Peewee. Een naam die is afgeleid van zijn intitialen. Peewee komt bij Amstelveen niet voort uit de burgertak, maar uit de studententak, ASVU. In de jaren zeventig lukt het de samenwerking van de ASVU en Zukertort om te promoveren naar de KNSB. Peewee speelde een belangrijke rol in dat team, dat uiteindelijk doorpromoveert naar de Hoofdklasse en zich daar jarenlang weet te handhaven.

Zowel intern als extern is Peewee een belangrijk lid. Sfeermaker. Vriendelijk. Hij schrijft ook mooie stukjes. Ik herinner me een prachtig artikel over zijn voorliefde voor het opspelen van de f-pion. Een foute liefde, zoals hij aantoont met een analyse, waarop hij verzucht dat hij die f-pion voortaan maar moet vastplakken voor de wedstrijd.

Het ultieme artikel in L'Echec, zoals het clubblad ook toen al heette, werd geschreven door Ton Sibbing, in 1983. Wederom dus een verhaal waarin BSG een rol speelt. Ik neem het integraal op in dit stuk.

Hij lacht

--- door Ton Sibbing ---
uit L'Echec 37 (1983)

Een tegenstander moet je kunnen haten. En niet zuinig ook. Ongelikte beren, hautaine egotrippers, over het paard getilde jeugdspelers, zij zijn mij dierbaar om tegen te spelen. Tegen hen kan ik mijn agressie volop kwijt. De stukken vliegen hen om de oren, die hoognodig gewassen dienen te worden. Ik kwijt me graag van zo'n taak,

Daartegenover staan de schakers die de beminnelijkheid zelve zijn. In de dagelijkse omgang is het prima toeven met dit soort mensen, maar tegen ze moeten schaken is een beproeving voor mij. De paradox is dan te groot. Er treedt een kortsluiting op in mijn emoties en ik sla op tilt.

Met iedere Amstelvener wilde ik graag de degens kruisen. Bijvoorbeeld tegen dat olijke wijsneusje Pieterse of dat aanstormend talent Peelen. Graag zelfs. Maar niet tegen Peewee. Want Peewee is te vriendelijk. Zonder Wim Kortis te willen schofferen - dank u wel, heer Wolkers - vind ik Peewee de aardigste Amstelvener. Dat komt doordat hij lacht. Niet één keer of twee keer, neen, Peewee lacht altijd. Als je hem in een vluggertje van het bord hakt dan lacht-ie. Als je hem in een eindspel beschwindelt dan kraait-ie het uit. Nu durf ik zelfs te zeggen dat als je zijn fiets steelt, dat hij dan ligt te schateren van plezier.

Op het moment dat de stem mijn naam afriep en die liet volgen door Peewee ging ik dood van ellende. In een flits schoot het plan door mijn hoofd. Ik sta op, geef zonder één zet gedaan te hebben op en loop de zaal uit. En als de vertwijfelde teamcaptain mij thuis opbelt om te vragen wat me bezielde, dan zeg ik slechts: "Hij lachte" en ik hang op.

Ik heb het niet gedaan, maar heb er nog steeds spijt van.

Maar toch wordt Peewee uiteindelijk een deserteur. Het is een desertie die hoort bij de grootste exodus uit de geschiedenis van Zukertort, namelijk als een groot deel van de voormalige ASVU-leden de club in de steek laat om een eigen club op te richten, Fischer Z. Veel viel samen met het noodzakelijk vertrek uit sporthal Uilenstede, omdat de schakende (ex-)studenten moesten plaatsmaken voor krachtsporters. Ook de kortere studieduur, het meer burgerlijke karakter van het Go-centrum speelde hier een rol in, alhoewel ik het fijne er verder niet van weet. Wedstrijden tussen Zukertort en Fischer Z hebben toch vaak een extra lading, zoals vorig jaar, toen het 4e tegen Fischer Z 2 speelde en helaas jammerlijk verloor met 4½-3½. Peewee kreeg een pak slaag van Wim Moene, maar bleef de vriendelijkheid zelve.

Zoekend op internet tref ik een doorlopend schaakleven aan, zowel in binnenland als buitenland. Niet alleen actief in talloze competities (Atheneum 1 in Engeland) en toernooien, maar ook schrijvend over schaken. Een schaakrubriek over combinaties in Schakend Nederland. Een boek over de geschiedenis van de koning in het schaakspel.

Foto's van Peewee vinden is daarentegen een groot probleem. Als je zijn naam op zoekmachines loslaat tref je meer afbeeldingen van Dirk Goes aan dan van Peewee. Uiteraard nog wel een vrolijke, samen met bijna-wereldkampioen Nigel Short. Waarmee het gelijk van Ton Sibbing is aangetoond?

Dus maar op zoek gegaan naar de maatschappelijke relevantie van Peewee, bezien vanuit zijn schaakopleiding bij Zukertort. Ook dat is nog enigszins lastig, maar na enig zoeken vind ik bewijzen dat iemand met zijn naam een deskundige is in grote datasystemen. Dat is al zichtbaar als hij in 1997 probeert in het computerschaak zugzwang af te dwingen in parallelle systemen. Deze Peewee wordt geïnterviewd over de evenredigheid in de zorg. En daarin zie je de kwaliteit van zijn schaakopleiding, met name het analytische karakter.

"De beslisboom van de DBC/DOT systematiek geldt als zeer complex.
Wat kan je daaraan doen?

Dat is natuurlijk heel lastig maar dat kennen we al. Het is wat ze vroeger pigeon holing noemden. Stel je een grote duiventil voor en de duif moet het goede hokje vinden. Dat is ongelooflijk lastig want het vergt heel veel expertise. Hoe meer hokjes, hoe meer de kans dat de duif niet het goede hokje vindt. Dat heb je hier ook. Wat men geprobeerd heeft is te zeggen: hee mensen, de kosten rijzen de pan uit met de behandelingen, we kiezen voor een soort standaardisatie. Maar wel op zo'n diep niveau dat je uiteindelijk de kosten helemaal niet drukt maar er nog meer krijgt."

(bron: Rapport over de zorg voor de 50-pluspartij )

Peewee moet meteen op zijn territorium zijn geweest met deze vraag. Hij kent de beslisboom uiteraard van Kotov (Think like a grandmaster). En het vinden van de goede hokjes voor iedere duif, dat is voor iedere schaker een fluitje van een cent, dat is onze core business. Maar ook mooi is om te zien hoe hij het belang van creativiteit boven vaste strategieën stelt. Het verrast me te zien hoe onze studentikoze voorman van weleer is veranderd in een gids van Henk Krol. Kortom, we zullen voorlopig nog genoeg te horen en te zien krijgen van onze voormalige voorman van het eerste.

Kees Jan van Dolder (oktober 2017)

Kees Jan van Dolder

Kees Jan was net iets ouder dan ik, het scheelt niet veel. Hij net student, ik nog scholier. Midden jaren zeventig trok hij voor mijn gevoel veel op met Robert Neugarten, nog zo'n deserteur. Flegmatieke jongen, wat wilde haren. Rechten deed hij, later jurist bij de NS. Daardoor ook een maatje voor Wouter Simonis, die in die tijd ook bij de NS werkte, en zijn reispas gebruikte voor bezoeken aan de kandidatenmatches van Kortchnoi en Karpov. Live aanwezig bij het yoghurt-incident, dat werk.

Kees Jan was een van de spelers die meedeed in het team tot twintig jaar dat bij een landelijke wedstrijd met maar liefst 5-0 won van een supersterk BSG team met spelers als Eddy Sibbing. Kortom, hij kon er wel wat van.

Voor de club was hij later belangrijk bij het ontstaan van de huidige vereniging. Toen ASVU en Zukertort meer in elkaar gevlochten moesten worden, waren de juridische adviezen van Kees Jan belangrijk. Geleidelijk aan is hij toch uit beeld verdwenen, richting het Gooi vertrokken. In 1991 won hij nog de Van Elmptbeker voor de beste externe score. Zijn lidmaatschap lijkt te zijn gestopt in 1995, met een rating die schommelde tussen de 1900 en de 2000. Op schaakgebied lijkt hij steeds minder actief te zijn geworden, maar afgelopen seizoen is hij toch weer ten strijde getrokken. Dat doet hij in de regionale bond voor de SGS. En voor welk team kwam hij uit? Juist, BSG. Met een rating van 1909 is hij goed geconserveerd.

Dat klinkt als een leven waarin andere zaken belangrijker zijn geworden. De Spoorwegen zijn daarin tot heden belangrijk gebleven. Na 2000 audit manager bij de NS, risicomanagement. Hij heeft naast zijn juridische opleiding in zijn jonge jaren een MBA bij de Amsterdam Business School. En sinds een jaar is hij manager bij het NS pensioenfonds. Dat valt samen met zijn herintrede op de (externe) schaakvelden.

Nader onderzoek leert echter nog meer. Kees Jan vertegenwoordigt namelijk ons land op hoog niveau. Hij heeft namelijk in een nationale delegatie gespeeld tegen teams uit andere landen. In dat team bevonden zich overigens ook nog enkele andere deserteurs, namelijk Hing Ting en Menno Okkes!

Het betreft hier een grandioos evenement uit 2012, een programma georganiseerd door de Deutsche Bahn, op een prachtige lokatie met tal van andere activiteiten.

Het vaderlands team eindigt op een eervolle 3e plaats, Kees Jan draagt daar in belangrijke mate aan bij met een score van 4 uit 7. In de geest van de Van Elmptwinnaar zogezegd.

Kees Jan is ook actief op internet. Het is mooi om hem te zien praten. Alle trekjes zijn er nog. Het even naar een kant zakken met het hoofd. Zijn typische knip met de ogen. Vertraging in het praten. Af en toe even de ogen samenknijpen op belangrijke momenten in zijn verhaal.

Kees Jan over risicomanagement

Kortom, als je wilt weten hoe je met een goed gevoel met pensioen wil gaan, leg een extraatje opzij, blijf spelen en word gezond oud met Kees Jan!

Jan Banis (oktober 2017)

Jan Banis

Jan was (is) een bijzonder aardige jongen. Midden jaren negentig vertrok hij plotsklaps naar Schotland, voor zijn studie (hij kwam van de VU) of werk, dat weet ik niet precies meer. Er dook op zaterdagse maaltijden met zijn KNSB-team ook een roodharig deerntje op, blozende wangen, luisterend naar de naam Becky, sprekend met een sterk Schotse tongval. Het kan dus ook een gevalletje Vingerling zijn. Hij was toen al een goede speler, met een rating net boven de 2000. Als ik het me goed herinner deed hij ook bestuurswerk.

Maar goed, wie kan baltsende edelherten op de highlands weerstaan? Jan in ieder geval niet.

In Nederland heeft hij niet meer gespeeld sindsdien, althans, zijn KNSB-rating stopt na 1995. Toch blijft hij het schaken volgen. Wat bijvoorbeeld te denken van de volgende tweet uit 2014, Jan is dan al lang weer verder getrokken naar Tsjechië, ergens rond 2004.

Jan toont hier zijn zuiverste gezicht. De nederlaag is een politieke, heeft niet meer met schaken te maken. Maar Jan verbindt het wereldlijke met het geestelijke, in dit geval met het denken van de voormalige schaker Kasparov. Maar net als bij Dariu Gavrila zien we weer het streven naar een mooiere wereld, volgens Jan een zonder Poetin als leider van Rusland.

Maar als ik verder doorzoek zie ik ook echte schaakresultaten. Net als bij Vingerling gaat Jan in zijn nieuwe omgeving een bijdrage leveren aan de resultaten van zijn lokale vereniging. Zie hieronder het verslag van Jans bijdrage aan de Tsjechische schaakcompetitie.

Je vraagt je af wat hier staat over Jan. De online translator maakt daar het volgende van: "Jan Banis in zijn eerste wedstrijd na tien jaar startte hij niet de bal, maar hij gebruikte de nederlaag in zijn positie en won uiteindelijk" (2012)
Als geroutineerde schaakstukjeslezer vertalen we dat naar: "Jan Banis speelde zijn eerste wedstrijd in tien jaar. Hij kwam slecht uit de opening, maar hij wist zijn tegenstander te truccen met een val waardoor hij uiteindelijk won".
Kijk, een duidelijk echec voor zijn tegenstander, en de waarde van een psychologische opleiding is hiermee ook duidelijk aangetoond.

Welke toegevoegde heeft zijn schaakverleden hem professioneel opgeleverd? Jan is uiteindelijk een soort mengelmoes van psycholoog en coach geworden. Hij werkt in Tsjechië vooral met expats. Een zekere Maria schrijft het volgende over hem:
I am happy to share that I have really enjoyed therapies with Jan. This year I have had many personal life hardships. It was indeed very emotionally difficult and unstable period. I was very lucky with Jan as he has been very professional and gave me great support, encouragement and analysed all situations with me. I have learnt a lot with Jan that will be definitely useful for me in future. He is a great listener and advisor. I felt really better and more confident after each session. Jan is also very easy-going and from the very beginning he makes you feel very comfortable to share your concerns. Jan, thank you for your help and for giving me a hand when it was important to me! If any further need, I will definitely get in touch with you again!

Sommige mensen menen dat je dit soort analytische (gespreks-)vaardigheden opdoet tijdens je studie psychologie. Wij schakers weten beter. Avond na avond bouwen wij schakers een relatie op, waarbij we elkaar flink in de ogen kijken. Na afloop van onze partij vindt een diepgaande analyse plaats, waarin we altijd vol respect omgaan met de ideeën van onze tegenstanders. Als we sterker zijn helpen we de ander om beter te worden, als we zwakker zijn proberen we van de ander te leren. Jan, chapeau hoe je jouw schaakopleiding gebruikt als middel om mensen en de wereld beter te maken!

Jan heeft veel geschreven over paniekaanvallen en hoe daarmee om te gaan. Een begrijpelijke professionele ontwikkeling, weinig schakers weten zo goed hun rust te bewaren als Jan.

En wie hem in levende lijve wil ontmoeten kan hem in het oude centrum van Praag vinden, in de buurt van Karlova 18.

Dariu Gavrila (september 2017)

Dariu Gavrila

De herinnering aan Dariu Gavrila is in de tijd vervaagd. Midden jaren tachtig werd hij lid van de club als aanstormend talent. Ongeveer tegelijk met Yam Wah Cheung. Niemand die eigenlijk wist waar deze jongen met Roemeense roots vandaan kwam. Hij zat op het Barlaeus en was meteen de sterkste bij de jeugd. In 1-2 jaar steeg zijn rating van ongeveer 1900 naar ver in de 2100, en toen was hij echt nog niet heel erg oud. Kortom, een groot talent. Zelf ziet hij dat anders, Piet Peelen, dat was pas een talent. Nog zo'n deserteur. Maar even snel als Dariu kwam, was hij ook weer verdwenen. Het lijkt erop dat hij voor andere zaken belangstelling heeft gekregen. Dat was ook zo. Zijn school werd belangrijker voor hem, het schaken kostte hem teveel energie en tijd. Vol trots kon hij twee jaar later Cum Laude het Barlaeus verlaten.

Na 1986 is hij gaan studeren en kwam hij in de zeer exacte wetenschappen terecht. Hij heeft omzwervingen gemaakt. Heeft aan de UvA gewerkt, de University of Maryland, bij Daimler Benz, en is tegenwoordig werkzaam in Delft, waar hij veel onderzoek verricht naar zelfrijdende auto's.

Merkwaardig genoeg is hij op internet te vinden zittend achter het stuur van een auto, wat toch suggereert dat die niet zo goed zelfsturend is. Hij is betrokken bij een zeer groot aantal publicaties, die me doen vermoeden dat hij qua schaken vooral geïnspireerd moet zijn geweest door de manier waarop de stukken door elkaar kunnen bewegen, zonder elkaar te slaan.

Je vraagt je natuurlijk af wat het schaken deze onderzoeker heeft gebracht. Als ik zo zijn publicaties bestudeer denk ik: veel.

In 2001 schrijft hij bijvoorbeeld het volgende:
A complementary approach is to focus on sensor-based solutions, which let vehicles "look ahead" and detect pedestrians in their surroundings. This article investigates the state of the art in this domain, reviewing passive, videobased approaches and approaches involving active sensors (radar and laser range finders).
(Sensor Based Pedestrians protection, in IEEE Intelligent Systems, p.77. 2001)

We herkennen hier van nature schaakpatronen in. Een complementaire aanpak, focus, vooruitkijken en de gevaren herkennen, de situatie in ogenschouw nemen, de stand van de theorie. Kortom, die twee schaakjaren van Dariu zijn niet slecht geweest voor zijn wetenschappelijke ontwikkeling, alhoewel de lezer zich misschien ook afvraagt of die intelligente autosystemen er misschien al waren geweest als Dariu nog wat langer was doorgegaan met schaken. Als dat was gebeurd had hij namelijk in 2012 zeker niet de volgende titel aangedurfd: The Benefits of dense stereo for pedestrian protection. Ik weet niet of "dense stereo" nou zo'n positief effect heeft op het denken van denkende schakers. Het lijkt mij in ieder geval erg storend. Wel heel gezellig, vergelijkbaar met het snelschaken in de kantine.

Als ik zo de artikelen van Dariu lees valt het woord 'pedestrian' me vaak op. Zou hij in zijn denken zijn beïnvloed door Philidor? François was de eerste schaakmeester die het belang van de pionnen inzag. Hij geloofde dat een sterk pionnenfront het middenspel besliste. In zijn boek Analyse du Jeu des Echecs toonde hij de sterke en ook de zwakke kant van de pionnen, nadat eerst de stukken ontwikkeld waren. Hij benadrukte de waarde van een geïsoleerde pion, van dubbelpionnen en van een achtergebleven pion. Voordien waren die begrippen nog min of meer onbekend in de schaakwereld. Op eenzelfde manier benadrukt Dariu het belang van voetgangers, kwetsbaar, soms samen overstekend, soms achtergebleven op een zebrapad, soms geïsoleerd. Wie die voetganger beschermt creëert een betere wereld. En pas dan mag de zelfrijdende auto zijn potje spelen. Het zou mooi zijn als we over een jaar of tien in een auto kunnen gaan zitten, die ons naar de plaats van bestemming brengt terwijl we allemaal een potje aan het schaken zijn. Zet hem op Dariu!

Marcel Vingerling (september 2017)

Marcel Vingerling

Dit keer bespreek ik Marcel Vingerling, die ooit plotseling achter de horizon verdween. Naar verluidt om de liefde, voor een Zuidduitse rakettechnologe.

Marcel was een groot talent. Hij was, als ik het me goed herinner, kopman van het team tot 16 dat in 1979 kampioen van Nederland werd. Hij speelde ook enkele jaren in het eerste toen dat nog in de Hoofdklasse speelde. Zijn speelstijl was avontuurlijk en handig, het was een genoegen om tegen hem te spelen. Ik herinner me een partij, nog in de Bankrashal, damegambiet waarin hij een blunder maakte, zag dat hij een stuk verloor. Hij liep weg van het, grinnikte wat ongelukkig. Ik keek naar de stelling en ontdekte dat het eigenlijk een prachtig offer was, maar merkte ook dat hij het niet doorhad. Toen hij terugkwam bij het bord nam ik het stuk, bood remise aan om de rest van de avond te gaan vluggeren. Hij nam mijn hand snel aan en keek toen pas goed op het bord...

Hoe vergaat het Marcel? Als enige bron gebruik ik daarvoor internet.

Dan vinden we ten eerste Duitse humor bij de club Kruppenheim.

"Marcel ist der einzige Holländer in Deutschland, der keine eigene Fernsehshow hat!" wunderte sich Hartmut Metz angesichts von Rudi Carrell, Linda de Mol&Co. über den atypischen Beruf von Mannschaftskamerad Marcel Vingerling. Der studierte Politologe hält einen Bioladen in Karlsruhe in Schwung.
Voor het gemak wordt er een foto bijgeleverd.

Het is onduidelijk van wanneer dit stuk is, maar het is duidelijk dat Marcel in Duitsland is blijven hangen. Vermoedelijk is dit ergens net na de eeuwwiselling.

Op internet kan je ook soms een partij vinden, zoals deze uit 2002, Vingerling-Schulte. Leuk hoe hij het afrondt.

De club die hierboven werd genoemd was ergens in de buurt van Karlsruhe. Verdere naspeuringen laten zien dat Vingerling tegenwoordig in een hippe wijk in München werkt, in een biologische winkel als bedrijfsleider. Zo positioneert zijn Bioladen, Vollcorner zich:

Die Zeiten, in denen Haidhausen als Armenhaus Münchens galt, sind längst vorbei. Heute gehört der Stadtteil zu den schönsten Ecken Münchens. Das liegt sicherlich auch daran, dass man in Haidhausen am liebsten auf Autos verzichtet. Das Stadtviertel am Isarhochufer gehört zu den Stadtteilen Münchens mit der höchsten Radldichte. Da dürfen wir als regionaler Bio-Nahversorger natürlich nicht fehlen!

Unser Marktleiter Marcel Vingerling und sein Team freuen sich auf Ihren Besuch!

Mooie woorden om mee te sluiten, dat is wederzijds, Marcel!